Infectieuze aandoeningen bij hond en kat vormen vaak een diagnostische uitdaging: ze presenteren zich met aspecifieke klachten zoals koorts, gewichtsverlies, lethargie of lymfadenopathie, en vereisen een systematische aanpak om tot een correcte diagnose te komen. Bovendien leiden sommige infecties niet altijd tot ziekte — dieren kunnen subklinische dragers zijn, waarbij de infectie enkel onder bepaalde omstandigheden tot klinische symptomen leidt.
In deze module gaan we dieper in op een aantal belangrijke infecties die je als dierenarts in de eerstelijns- en tweedelijnspraktijk kan tegenkomen.
Voor de katten komen de volgende infecties aan bod:
- Feline infectieuze peritonitis (FIP)
- Feline leukemievirus (FeLV)
- Feline immunodeficiëntievirus (FIV)
Verder gaan we dieper in op de volgende vector-overdraagbare infecties:
- Ehrlichia
- Anaplasma
- Lyme disease
- Leishmania
- Babesia
- Bartonella
Bij elke ziekte bespreken we de pathogenese, transmissie, klinische presentatie, diagnostische mogelijkheden, behandelingsopties en prognose. Daarnaast besteden we specifieke aandacht aan het zoönotisch potentieel van bepaalde infecties en de implicaties hiervan voor de volksgezondheid, inclusief preventieve maatregelen en de rol van de dierenarts ‘One Health’.
De module bestaat uit een combinatie van theoretische kennis, praktisch toepasbare stappenplannen en casuïstiek, zodat je na afloop niet alleen de biologie van deze pathogenen begrijpt, maar ook weet hoe je ze in de praktijk systematisch kan benaderen.
Belangrijke informatie:
- Lesgevers: Geert Paes, DVM, Dip ECVIM-ca, Marieke Knies, DVM, Dip ECVIM-ca, Yi Cui, DVM, Dip ECVIM-ca
- Totale tijdsduur: ongeveer 12 uur
Cursus Inhoud
Handouts
Over instructeur
