Gebruik de zoekfunctie via het vergrootglas in de menubalk om in de kennisdatabank te zoeken. Vind je geen antwoord? Stuur je vraag naar ons via dit formulier.

Welk vaccinatieschema is aanbevolen voor de ‘essentiële vaccins’ bij puppies?

De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) geeft de volgende richtlijnen voor de ‘core vaccins’ (essentiële vaccinaties*) voor puppies: de meeste puppy’s worden beschermd door maternale immuniteit (passieve immuniteit) in de eerste weken van het leven.

Bij de meeste puppy’s zal de passieve immuniteit op een leeftijd van 8-12 weken zijn afgenomen tot een niveau dat actieve immunisatie mogelijk maakt. Puppy’s met een slechte maternale immuniteit kunnen op jongere leeftijd kwetsbaar zijn (en in staat zijn om te reageren op vaccinatie), terwijl anderen, met een goede maternale immuniteit, zulke hoge antilichaam titers kunnen hebben dat ze niet in staat zijn om te reageren op vaccinatie tot ≥12 weken oud (Friedrich & Truyen 2000). Geen enkel vaccinatiebeleid zal dus alle mogelijke situaties dekken.

De aanbeveling is om de initiële kernvaccinatie op de leeftijd van 6-8 weken te geven en daarna elke 2-4 weken te herhalen tot 16 weken oud of ouder. Om deze reden wordt het aantal puppy kernvaccinaties bepaald door de leeftijd waarop met de vaccinatie wordt gestart en het geselecteerde interval tussen vaccinaties. Een integraal onderdeel van de kernvaccinatie van puppy’s is het ‘booster’-vaccin dat traditioneel wordt gegeven op de leeftijd van 12 maanden of 12 maanden na de laatste van de primaire reeks puppyvaccins.

Het belangrijkste doel van dit vaccin is om ervoor te zorgen dat een beschermende immuunrespons ontstaat bij elke hond die mogelijk niet heeft gereageerd op een van de vaccins in de primaire kernreeks. Het geven van dit vaccin op de leeftijd van 12 maanden is waarschijnlijk historisch gekozen als een geschikt moment om de eigenaar met het dier naar de praktijk te laten komen voor een eerste jaarlijkse gezondheidscontrole.

Als een individuele puppy echter niet reageert op een van de primaire kernvaccinaties, houdt dit echter in dat die puppy onbeschermd kan zijn totdat hij dit vaccin van 12 maanden ontvangt. Dit kan verantwoordelijk zijn voor het optreden van infectieziekten (vooral parvovirus) bij een deel van de gevaccineerde puppy’s op een leeftijd van 6-12 maanden.

De WSAVA vaccination guidelines group heeft deze praktijk opnieuw geëvalueerd en suggereert nu dat het mogelijk beter is om dit vaccin te vervroegen van 52 weken naar 26 weken oud (of op een moment tussen de leeftijd van 26 en 52 weken). Nadat deze laatste booster gegeven wordt, is de volgende vaccinatie pas nodig 3 jaar later. Essentiële vaccinaties voor honden zijn CPV-2 (canine parvovirus 2), CAV-2 (canine adenovirus 2) en CDV (canine distemper virus), in sommige landen (waaronder Nederland en België) wordt Leptospirose ook als een essentiële vaccin beschouwd).