Bij een patiënt met dyspnee kan het ademhalingspatroon al vroeg belangrijke informatie geven over de mogelijke lokalisatie van het probleem. Is vooral de inspiratie bemoeilijkt? Ligt de nadruk op de expiratie? Of zijn beide fasen afwijkend?
Die eerste observatie helpt om onderscheid te maken tussen problemen van de bovenste luchtwegen, de intrathoracale luchtwegen en aandoeningen ter hoogte van longen, pleuraholte of borstwand. Het ademhalingspatroon vormt daarbij geen diagnose op zich, maar helpt wel om het klinisch redeneren te sturen.
Inspiratoir ademhalingspatroon: denk aan de bovenste luchtwegen

Bij een inspiratoir ademhalingspatroon heeft de patiënt vooral moeite om lucht naar binnen te krijgen. Dit past typisch bij een probleem ter hoogte van de extrathoracale of bovenste luchtwegen.
Bij een dynamische obstructie wordt vooral de inspiratie bemoeilijkt. De inspiratie verloopt dan traag en diep, terwijl de expiratie relatief normaal kan blijven. De patiënt kan duidelijk inspanning leveren om lucht aan te zuigen en daarbij angstig of onrustig worden.
Bijkomende ademgeluiden zijn vaak aanwezig en kunnen helpen bij de lokalisatie:
- stertor past eerder bij een nasale of nasofaryngeale lokalisatie
- stridor wijst eerder in de richting van een laryngeale of laryngofaryngeale lokalisatie
- ook een probleem van de extrathoracale trachea kan een inspiratoir patroon veroorzaken
Mogelijke oorzaken zijn onder andere:
- larynxparalyse
- brachycefaal obstructief syndroom
- vreemd voorwerp, tumor of zwelling ter hoogte van de larynx
- nasofaryngeale poliep of stenose
- extrathoracale tracheacollaps
Wanneer een obstructie continu aanwezig is (bv. vreemd voorwerp of tumor), kunnen zowel inspiratie als expiratie bemoeilijkt zijn.
Expiratoir ademhalingspatroon: denk aan de intrathoracale luchtwegen

Bij een expiratoir ademhalingspatroon ligt de moeilijkheid vooral bij het uitademen. Dit past bij een probleem van de lagere of intrathoracale luchtwegen.
Typisch is een duidelijke expiratoire push: de patiënt moet extra inspanning leveren om de lucht naar buiten te krijgen en de expiratie af te maken.
Bijkomende kenmerken kunnen zijn:
- wheezing
- hoesten
- expiratoir kreunen
- soms hoesten of kokhalzen na de uitademing
Mogelijke oorzaken van een expiratoir patroon zijn onder andere:
- intrathoracale tracheacollaps
- bronchiale collaps
- astma
- chronische bronchitis
- inflammatoire of infectieuze aandoeningen van de lagere luchtwegen
- parasitaire infecties van de luchtwegen
Bij katten met astma of chronische bronchitis kan de houding extra opvallen. Ze kunnen een sternale houding aannemen, de nek strekken en bij iedere expiratie duidelijk verder naar buiten pushen.
Hoesten bij katten wordt door eigenaars bovendien niet altijd als hoesten herkend. Het kan worden omschreven als kokhalzen of een poging tot braken. De houding en vooral de expiratoire component kunnen helpen om het respiratoire karakter ervan te herkennen.
Gemengd ademhalingspatroon: moeite tijdens de volledige ademhalingscyclus

Bij een gemengd ademhalingspatroon zijn zowel inspiratie als expiratie bemoeilijkt. De volledige ademhalingscyclus kan daardoor verlengd zijn.
Een gemengd patroon kan optreden bij een continue luchtwegobstructie, bijvoorbeeld bij tracheacollaps over een groter deel van de trachea of bij een laryngeale/tracheale massa.
Een andere presentatie is een snelle en oppervlakkige ademhaling met relatief beperkte thoraxbewegingen. Daarbij kunnen pendelende of paradoxale bewegingen zichtbaar zijn.
Mogelijke oorzaken zijn onder andere:
- pleurale effusie
- pneumothorax
- hernia diafragmatica
- longoedeem
- pulmonaire hypertensie
- neoplasie
- longbloeding
- letsels van de borstwand
Bij een probleem van de borstwand kan een deel van de thorax tijdens de ademhaling tegengesteld bewegen aan de rest van de borstkas.
Expiratoire push of pendelende ademhaling?
In de praktijk kan het onderscheid tussen een expiratoire push en een gemengd of pendelend ademhalingspatroon lastig zijn.
Bij een expiratoire push ligt de nadruk duidelijk op de uitademing. De patiënt ademt in en moet vervolgens actief extra inspanning leveren om de expiratie af te maken.
Bij een gemengd patroon is zowel de inspiratie als de expiratie bemoeilijkt. Een duidelijke abdominale component betekent dus niet automatisch dat er sprake is van een expiratoir patroon.
Kijk daarom naar de volledige ademhalingscyclus:
- verloopt de inspiratie normaal of kost die ook moeite?
- is alleen de expiratie verlengd?
- bewegen thorax en abdomen in dezelfde richting?
- is er sprake van een pendelende of paradoxale beweging?
Conclusie
Bij een patiënt met respiratoire problemen is het dus altijd zinvol om eerst het ademhalingspatroon vanop afstand te observeren voordat uitgebreid onderzoek of manipulatie plaatsvindt.
- Inspiratoir: moeite om lucht naar binnen te krijgen → denk vooral aan de bovenste, extrathoracale luchtwegen.
- Expiratoir: moeite om lucht naar buiten te krijgen → denk vooral aan de intrathoracale, lagere luchtwegen.
- Gemengd: moeite tijdens zowel in- als uitademing → denk breder aan luchtwegobstructie, longen, pleuraholte of borstwand.
Door gericht naar de volledige ademhalingscyclus te kijken, wordt het makkelijker om het klinische beeld te interpreteren en verdere diagnostiek doelgericht in te zetten.