Een hond of kat met chronische diarree: waar begin je, welke onderzoeken zijn echt zinvol en wanneer moet je verder gaan? Chronische gastro-intestinale klachten komen regelmatig voor in de praktijk, maar de diagnostische opwerking kan uitdagend zijn. De lijst met mogelijke oorzaken is lang en niet iedere patiënt heeft meteen nood aan uitgebreid bloedonderzoek, beeldvorming, endoscopie en biopten.
In deze praktische bijscholing leer je hoe je stap voor stap en op een gestructureerde manier een hond of kat met chronische diarree opwerkt. De opwerking wordt stap voor stap en praktijkgericht besproken, waarbij klinische cases en herkenbare praktijksituaties worden gebruikt om de verschillende diagnostische keuzes te illustreren. Van anamnese en klinisch onderzoek ga je verder naar het opstellen van differentiaaldiagnoses en het gericht kiezen en interpreteren van aanvullende onderzoeken.
Daarbij komen onder andere de volgende vragen aan bod:
De nadruk ligt niet op het overlopen van een lange lijst aandoeningen, maar op klinische besluitvorming: welke volgende stap is bij déze patiënt het meest aangewezen en wat doe je met de informatie die een onderzoek je oplevert?
Na deze bijscholing heb je een praktisch stappenplan waarmee je honden en katten met chronische diarree efficiënter, gerichter en met meer structuur kunt opwerken in de dagelijkse praktijk.