Hypercalcemie bij hond en kat: behandeling

De behandeling van hypercalcemie is afhankelijk van de ernst van de afwijking, de aanwezigheid van klinische symptomen en de onderliggende oorzaak. Heb je nog geen oorzaak van de hypercalcemie bij je patiënt gevonden? Lees dan hier de vet-info over ontstaan en diagnose van hypercalcemie bij hond en kat. Niet elke hypercalcemie vereist onmiddellijke interventie, maar een verhoogd geïoniseerd calcium in combinatie met klinische symptomen moet altijd actief behandeld worden. 

Wanneer behandelen? 

Niet elke patiënt met hypercalcemie moet meteen behandeld worden. De beslissing is gebaseerd op kliniek en ernst. 

Behandeling is aangewezen bij: 

  • Matige tot ernstige ↑ iCa  
  • Klinische symptomen (bv. lethargie, braken, PU/PD)  
  • Snelle stijging van calcium  
  • Risico op complicaties (chronische nierziekte, aritmieën, urolithiase)  

Bij erg milde, asymptomatische hypercalcemie, vooral bij katten met idiopathische hypercalcemie, kan monitoring initieel volstaan.

Eerste stap: stabilisatie

Intraveneuze vochttherapie

Vochttherapie is de hoeksteen van de behandeling en wordt idealiter zo snel mogelijk gestart. Door volumetoename stijgt de glomerulaire filtratie en neemt de renale excretie van calcium toe. 

Praktisch: 

  • 0.9% NaCl is vaak eerste keuze  
  • Richtdosis: 80–180 ml/kg/dag, aangepast aan hydratatiestatus

Belangrijke aandachtspunten: 

  • Start vóór andere medicatie  
  • Monitor voor overhydratie, zeker bij hartpatiënten en katten
  • Correctie van dehydratie alleen kan calcium al duidelijk doen dalen 

Furosemide

Furosemide wordt gebruikt om de calciumexcretie verder te stimuleren, maar mag pas gestart worden nadat de patiënt voldoende gerehydrateerd is. 

  • Dosis: 1–2 mg/kg q12h (IV, SC of PO)  
  • Alternatief: CRI mogelijk  

Belangrijk: 

  • Gebruik nooit bij dehydratie  
  • Monitor elektrolyten (Na, K, Ca) en hydratatie  
  • Risico op hypovolemie  

Calcitonine

Calcitonine werkt relatief snel en kan gebruikt worden als overbrugging tot andere therapieën effect hebben. 

  • Dosis: 4–6 U/kg q8–12h IM of SC  

Kenmerken: 

  • Snelle daling van calcium  
  • Effect is vaak kortdurend  
  • Kan gecombineerd worden met andere therapieën  

Tweede stap: gerichte medicamenteuze behandeling

Glucocorticoïden 

Glucocorticoïden verlagen calcium via meerdere mechanismen, waaronder verminderde intestinale absorptie en botresorptie. 

  • Prednisolon: 1–2 mg/kg/dag  
  • Dexamethason: alternatief IV/SC  

Belangrijk: 

  • Niet starten vóór het afronden van de diagnostiek  
  • Kan diagnose van kanker maskeren (bv. lymfoom)  

Ze zijn vooral nuttig bij: 

  • Tumorale oorzaken 
  • Idiopathische hypercalcemie  
  • Sommige inflammatoire aandoeningen  

Bisfosfonaten 

Bisfosfonaten vormen de belangrijkste therapie bij persisterende of ernstige hypercalcemie, vooral wanneer botresorptie een rol speelt. 

Mechanisme: 

  • Remmen osteoclastactiviteit  
  • Leiden tot langdurige daling van calcium  

Belangrijkste opties voor parenteraal gebruik (zie verder voor opties voor oraal gebruik): 

  • Pamidronaat: 1.3–2 mg/kg IV  
  • Zoledronaat: 0.1–0.25 mg/kg IV (krachtiger, lagere dosis)  

Kenmerken: 

  • Effect na 1–3 dagen  
  • Duur van effect: weken  
  • Herhaling mogelijk indien nodig  

Aandachtspunten: 

  • Toediening verdund en traag laten doorlopen  
  • Monitor nierfunctie  
  • Let op elektrolytafwijkingen  

Specifieke aanpak bij katten met idiopathische hypercalcemie

Bij katten met idiopathische hypercalcemie is de aanpak vaak minder agressief en meer gericht op lange termijn controle. 

Initiële aanpak: 

  • Dieetaanpassing (individueel beoordelen)
    • Vermijd een verzurend dieet!
    • Mogelijke opties:
      • Nierdieet:
        • Laag in calcium
        • Maar ook lager in eiwit en fosforus –> kan PTH productie mogelijk stimuleren
        • Alkaliniserend effect
      • Vezelrijk dieet:
        • Minder verzurend
        • Kan calcium binden
        • Maar vaak hoger in calcium en lager in eiwit
      • Blikvoeding
        • Hogere vochtopname
        • Bevordert de urinaire uitscheiding van calcium en vermindert het risico op urolithiase
  • Monitoring bij milde gevallen  

Indien behandeling nodig: 

  • Glucocorticoïden  
  • Bisfosfonaten 
    • Alendronaat (PO)
      • Kat: 5–10 mg per kat, 1x/week  
      • Praktische toediening: 
        • Nuchter geven  
        • Met water (± 5 ml)  
        • Voeding pas na ± 2 uur  
      • Belangrijk: 
        • Risico op oesofagitis en mogelijke strictuurvorming (geef met boter of flush na met water)
        • Langetermijneffecten nog niet volledig gekend  
      • Opvolging:
        • Controleer iCa na een maand –> indien niet voldoende verbeterd –> verhoog dosis met 5 mg per kat per week (tot een maximale dosis van 30 mg/kg/week PO)
        • Voeg prednisolon toe aan behandeling indien onvoldoende verbetering en zorg dat je zeker mogelijke andere oorzaken voor hypercalcemie hebt uitgesloten!

Monitoring tijdens behandeling

Tijdens de therapie is opvolging essentieel om complicaties te vermijden en effect te evalueren. 

Belangrijk om op te volgen: 

  • Geïoniseerd calcium  
  • Hydratatiestatus  
  • Nierfunctie  
  • Elektrolyten  

De frequentie van monitoring hangt af van de ernst en de gebruikte therapie. 

Samenvatting

De behandeling van hypercalcemie verloopt stapsgewijs. Eerst wordt de patiënt gestabiliseerd met vochttherapie, eventueel aangevuld met furosemide en calcitonine. Daarna volgt een meer gerichte aanpak met glucocorticoïden of bisfosfonaten, afhankelijk van de oorzaak. 

Bij katten met idiopathische hypercalcemie ligt de nadruk vaker op langetermijncontrole dan op acute interventie. 

Referenties

  • Ettinger’s Textbook of Veterinary Internal Medicine. Ettinger and Feldman – 9e editie.

Verwante artikelen

Reacties

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *